Liturgie voor de dienst van Goede Vrijdag
3 april 2026
ELB 119: Liefde was het onuitputt’lijk
Mededelingen
Lied 562: 1,2 en 3 (geheel): Ik wil mij gaan vertroosten
Votum en groet
Lied 576: 1,2,3,4,5,6,7: O hoofd vol bloed en wonden
1 O hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon,
o hoofd zo wreed geschonden,
Uw kroon een doornenkroon,
o hoofd eens schoon en heerlijk
en stralend als de dag,
hoe lijdt Gij nu zo deerlijk!
Ik groet U vol ontzag.
Vers 2 en 3 worden voorgelezen
4 Houdt Gij mij in Uw hoede,
Gij die Uw schapen telt,
o bron van al het goede,
waar uit mijn leven welt.
Gij die mijn ziel wilt laven
met liefelijke spijs,
Gij overstelpt met gaven
tot in het paradijs.
Vers 5 wordt voorgelezen
6 Wanneer ik eens moet heengaan
ga Gij niet van mij heen,
laat mij dan niet alleen gaan
niet in de dood alleen.
Wees in mijn laatste lijden,
mijn doodsangst, mij nabij.
O God, sta mij terzijde,
die lijdt en sterft voor mij.
7 Wees Gij om mij bewogen
en troost mijn angstig hart.
Voer mij Uw beeld voor ogen,
gekruisigde, Uw smart.
Dan zal ik vol vertrouwen,
gelovig en bewust,
Uw aangezicht aanschouwen.
Wie zo sterft, sterft gerust.
Gebed
Schriftlezing: Lucas 22:66-23:12 NBV21
Lied 575: 1,2 en 3: Jezus, leven van ons leven
1 Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
2 Gij die alles hebt gedragen
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
3 Die gewillig waart ten dode,
in het duister van de pijn
U ten offer hebt geboden,
hoe verlaten moet Gij zijn,
troosteloos aan 't kruis gehangen
opdat wij uw troost ontvangen.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.
Schriftlezing: Lucas 23:13-25, NBV21
ELB 362: God in ons midden
God in ons midden,
Heer, wij aanbidden,
met al uw kinderen wereldwijd,
uw trouw aan mensen,
uw onbegrensde,
uw ongekende majesteit.
Lam dat de zonden draagt,
Lam dat de leeuw verjaagt,
uw wieg een kribbe, uw troon een kruis -
Gij spreidt geen macht ten toon,
Gij zijt, o mensenzoon,
onder een open hemel thuis.
Licht van de overkant,
fakkel die eeuwig brandt,
o vlam die ons naar Gods land geleidt,
wie lopen in uw licht,
zie, over hun gezicht,
valt al de glans der eeuwigheid.
Koning der volken,
kom op de wolken,
keer al het kwade ten goede om,
kom, Lam dat voor ons bloedt,
kom, licht in overvloed,
kom spoedig, Here Jezus, kom!
Preek
Lied 578: 1,2,6: O kostbaar kruis
1 O kostbaar kruis, o wonder Gods,
waaraan de Prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots,
ik acht verlies wat ik verwierf.
2 Bewaar mij dat ik roemen zou
dan in mijn Heren Christus dood.
Al wat ik anders noemen zou
is niets bij dit mysterie groot.
6 De aarde zelf is veel te klein
voor wie U waarlijk loven wil.
Uw liefde is een groot geheim,
zij vraagt geheel mijn hart en ziel.
Gebeden
Collecten
Gebed: kruismeditatie: 127
Lied 590: 1,2,34,5: Nu valt de nacht
1 Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.
2 De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven.
3 Hoe slaapt Gij nu,
die men zo ruw
aan 't kruishout heeft gehangen.
Starre rotsen houden U,
rots des heils, gevangen.
4 't Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.
5 Hoe wonderlijk,
Uitzonderlijk
een sabbath is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen.
Slotbede Dienstboek 120
De kaars doven en uitdragen